Kris: “Ik probeer de beste werkgever in de buurt te zijn. Zowel voor vaste medewerkers als studenten en flexi’s. Het loon is belangrijk, maar het bepaalt niet alles. We nemen bijvoorbeeld iedereen mee op teambuildings. En goede flexi’s krijgen ook verantwoordelijkheden. Harmel krijgt bijvoorbeeld de recepten en de to do’s, maar hij voert zijn werk zelfstandig uit.”
Harmel: “Ik krijg een takenlijst en daarna kan ik aan de slag. Dat vertrouwen is fijn.”
Julie: “Dat is precies waar het om draait. Vroeger werden studenten en flexi’s vaak als een aparte groep bekeken. Vandaag adviseren we het omgekeerde: neem ze mee in je team. Studenten kunnen doorgroeien, terwijl flexi’s voor continuïteit zorgen. Iemand als Harmel, die al vier jaar meedraait, is enorm waardevol. We zien vaak dat mensen langer blijven wanneer ze zich betrokken voelen.”
Silke: “Voor mij maakt dat echt het verschil. Ik word met respect behandeld, heb fijne collega’s, maak deel uit van het team en ben niet gewoon iemand die af en toe bijspringt. Als student kan je eigenlijk niet meer wensen.”
Luc: “Werkgevers moeten beseffen dat niet iedereen door hetzelfde gemotiveerd wordt. Een student wil bijverdienen, maar ook autonomie en erkenning. Een gepensioneerde flexi zoekt misschien sociaal contact en zinvolle tijdsbesteding. De kunst is om mensen volgens hun motivatie op de juiste plek te zetten.”