Instappen in een franchiseformule doe je in de hoop schaalvoordelen en zekerheid te combineren met lokaal ondernemerschap. Maar precies daar wringt het soms: het evenwicht tussen zelfstandigheid en lastige vereisten voor de franchisenemer. België en Nederland hebben elk op hun manier geprobeerd dat evenwicht wettelijk te herstellen. Wat betekent dat concreet voor franchisenemers? En waar knelt het nog? We spraken met Luc Ardies, gedelegeerd bestuurder van Buurtsuper.be en Patricia Hoogstraaten, directeur van Vakcentrum in Nederland, belangenbehartiger van zelfstandige retailondernemers en franchisenemers.
Hoe sterk staat de franchisenemer vandaag juridisch in België?
Luc: “De positie van franchisenemers is de afgelopen jaren fundamenteel versterkt. De Belgische franchisewetgeving steunt nu op drie duidelijke pijlers. De eerste is de verplichte precontractuele informatie. Franchisegevers moeten vóór ondertekening transparant zijn over commerciële en financiële parameters: investeringen, omzetverwachtingen, rendabiliteit en risico’s. Vroeger was die info vaak onvolledig of gekleurd. Vandaag krijgt een kandidaat-franchisenemer de tools om een realistische inschatting te maken van zijn inkomsten en kansen.”
Ook de tweede pijler was een gamechanger?
Luc: “Zeker. Het KB van 20 juni 2024 dat begin 2025 in werking trad, is een unicum. Vroeger gold het klassieke verbintenissenrecht: wie tekent, aanvaardt alles. Vandaag worden contractuele clausules getoetst aan redelijkheid. Bij leveringsproblemen bijvoorbeeld, kunnen franchisegevers zich niet meer zomaar beroepen op ‘overmacht’. Interne IT-problemen of logistieke fouten blijven hun verantwoordelijkheid. En bij bewezen overmacht krijgt de franchisenemer het recht om zich elders te bevoorraden, ook als het contract dat verbiedt.”
Dat raakt rechtstreeks aan de operationele realiteit.
Luc: “Absoluut. Een supermarkt moet blijven draaien. Ook bij promoties is het evenwicht hersteld: legt de franchisegever acties op, dan moet hij minstens de helft van de kosten dragen, zodat de marge van de franchisenemer niet wegsmelt. Daarnaast is het voorkooprecht aangepast. Bij verkoop van de winkel moet de overnameprijs voortaan marktconform zijn. Zo erken je ook de zelf opgebouwde waarde van de ondernemer.”
Dan is er nog het Wetboek Economisch Recht. Hoe verbetert dat de situatie van franchisenemers?
Luc: “Dat heeft betrekking op eerlijke handelspraktijken. In het geval van franchise wordt er gekeken naar machtsonevenwicht. De invoering van zwarte en grijze bedingen biedt franchisenemers een sterk wapen. Zwarte bedingen zijn automatisch nietig. Denk aan een franchisegever die tijdens de samenwerking eenzijdig wijzigingen doorvoert die de financiële planning en rendabiliteit van de franchisenemer ernstig verstoren. Grijze bedingen laten nog debat toe, maar de franchisegever moet aantonen dat het economische evenwicht behouden blijft.”
Luc ArdiesVandaag krijgt een kandidaat-franchisenemer wel de tools om een realistische inschatting te maken van zijn inkomsten en kansen.
Hoe kijkt Nederland hiernaar?
Patricia: “In Nederland zijn we wat later gestart. Eerst met een gedragscode, en pas in 2021 kwam er een franchisewet die geldt voor alle fases van de samenwerking. Een cruciaal element is de standstillperiode: zodra alle informatie is overgemaakt, krijgt de franchisenemer bedenktijd – om zich te laten informeren en adviseren – waarin het contract niet meer mag worden aangepast. Dat voorkomt druk en overhaaste beslissingen.”
Wat onderscheidt de Nederlandse aanpak nog meer?
Patricia: “Vooral het instemmingsrecht. Bij ingrijpende investeringen of strategische wijzigingen moeten vertegenwoordigers van franchisenemers vooraf akkoord geven. Dat creëert dialoog in plaats van eenrichtingsverkeer. Daarnaast bevat de wet expliciete principes zoals goed franchisegeverschap en goed franchisenemerschap. Dat maakt transparantie, redelijkheid en menselijkheid juridisch relevant.”
Op welke vlakken is er nog verbetering nodig in beide landen?
Patricia: “De wet in Nederland stelt dat wanneer goodwill aantoonbaar door de franchisenemer is opgebouwd en bij beëindiging bij de franchisegever blijft, daar een vergoeding tegenover kan staan. Maar in de praktijk is dat vaak een juridisch mijnenveld. Bij bedrijfsbeëindiging zien we dossiers die jaren aanslepen. Ondernemers blijven intussen in onzekerheid, financieel én mentaal. Dat is een pijnpunt dat verdere verduidelijking vraagt.”
Luc: “Het niet-concurrentiebeding blijft een groot probleem in België. Een franchisenemer die stopt, mag vaak een jaar geen supermarkt openen. Dat botst met de vrijheid van ondernemen én met het feit dat hij die zaak zelf heeft uitgebouwd.”
Patricia HoogstraatenJe wil vermijden dat enkel grote franchisenemers met meerdere vestigingen het discours bepalen. Kleine zelfstandigen moeten even zwaar doorwegen.
Beschermen wetten voldoende tegen procedures?
Luc: “Dat is het spanningsveld. De Belgische wetgeving is nu sterk, maar ze werkt vaak pas echt als je bereid bent te procederen. Dat kost tijd, geld en energie. Niet elke franchisenemer heeft die luxe. Wie midden in een conflict zit, moet intussen zijn winkel blijven runnen, personeel betalen … De realiteit van een zelfstandige laat weinig ruimte voor lange juridische trajecten.”
Patricia: “Dat herken ik. Ook in Nederland zie je dat conflicten juridiseren, terwijl veel problemen eigenlijk via overleg opgelost kunnen worden. Daarom pleiten wij sterk voor een laagdrempelig, onafhankelijk aanspreekpunt.”
Zijn franchisenemersverenigingen een oplossing?
Luc: “Dat zou een stap vooruit zijn. Er zijn in België geen sterke organisaties per formule die structureel het gesprek aangaan met franchisegevers. Daardoor krijgen vooral kleine franchisenemers het idee dat ze er alleen voor staan, terwijl er vaak gelijkaardige problemen spelen binnen dezelfde formule.”
Patricia: “Een vertegenwoordiging werkt, maar ze moet goed uitgebalanceerd zijn. Je wil vermijden dat enkel grote franchisenemers met meerdere vestigingen het discours bepalen. Kleine zelfstandigen moeten even zwaar doorwegen. Professionalisering van bestuurders is erg belangrijk.”
LucE-commerce is blijvend, dus moeten de spelregels eerlijk zijn.
Zet e-commerce ook extra druk op het franchisemodel?
Luc: “Zeker. Als de centrale rechtstreeks aan consumenten levert, raakt dat het lokale verdienmodel. E-commerce is blijvend, dus moeten de spelregels eerlijk zijn.”
Patricia: “Bestellen via de centrale, afhalen bij de franchisenemer: wie verdient waaraan? Mag de franchisenemer zelf online verkopen? Heldere afspraken zijn cruciaal.”
Ook vastgoed speelt een steeds grotere rol.
Patricia: “Klopt. De economische realiteit maakt het voor kleine ondernemers steeds moeilijker om zelf een pand te kopen. Banken vragen zware waarborgen, vaak privé. Dat duwt franchisenemers richting huurformules, wat dus het vaakst voorkomt in Nederland. Maar wanneer een pand eigendom is van de franchisegever of door hem gehuurd, ontstaat een afhankelijkheidsrelatie; dat is riskant.”
Luc: “Dat zien we ook in België. Huurcontracten zijn soms onvoldoende transparant, of lopen niet synchroon met het franchisecontract. Dat zet de franchisenemer in een kwetsbare positie.”
PatriciaWe vertaalden de Superbuurtcampagne in Nederland naar de ZOZ-campagne, gericht op beleidsmakers.
Wat brengt de toekomst voor franchise?
Patricia: “Op Europees niveau kijkt men naar de arbeidsvoorwaarden binnen franchiseformules, mede naar aanleiding van de recente maatschappelijke discussies in België. Toch vraag ik me af of het wel een goed plan is om dat op Europees niveau te regelen. Te veel verantwoordelijkheid bij de franchisegever kan ook negatieve gevolgen hebben voor de franchisenemer. Als franchisegevers verantwoordelijk worden voor personeel of duurzaamheid, oefenen ze meer controle uit over de franchisenemers. Dat holt het ondernemerschap uit.”
Luc: “Ik begrijp wat je bedoelt. Als iedereen volgens één centraal model moet werken, worden veel buurtsupers verlieslatend. Context en schaal maken uit.”
Jullie kruisen elkaar vaak. Inspireren jullie elkaar?
Luc: “Zeker. We ontmoeten elkaar vooral op Europees niveau. We kennen elkaar al jaren. Ik zie Patricia als een soort sparringpartner intussen.”
Patricia: “Dat leidt tot interessante conversaties en nieuwe ideeën. Zo lanceerde Luc een tijd geleden de WOW-campagne (n.v.d.r. inmiddels Superbuurtcampagne) om het belang van lokaal ondernemerschap zichtbaar te maken. Een topidee vond ik dat. We vertaalden dat in Nederland naar de ZOZ-campagne, gericht op beleidsmakers. Je ziet: we blijven van elkaar leren!”
Actueel
Extra zondagpromoties
Geïntegreerde Carrefour-winkels voortaan ook open op zondag
Lees artikel
Haalbaar en correct
Goede voedselveiligheid zonder onnodige extra lasten
Lees artikel