Door de zaken die geen recente inspectie over de vloer kregen uit de resultaten te filteren, komen we uit op ruim 37.000 bedrijven op het Vlaamse grondgebied. Daarvan lopen de resultaten uiteen: om en bij de 2.200 zaken kregen het label ‘te verbeteren’, met het bijhorende proces-verbaal in de bus.
Dat betekent dat er bij een hercontrole nog steeds tekortkomingen waren. 97 ondernemers waren nog in afwachting van zo’n hercontrole. Wanneer de inspecteur precies langskomt, weten de uitbaters niet. “Maar hoe ernstiger de gebreken, hoe sneller we terugkomen”, legt FAVV-woordvoerder Hélène Bonte uit.
De overtredingen die een proces-verbaal kunnen opleveren, zijn onder meer onduidelijkheid over allergeneninformatie, vuile werkvlakken, ontbrekende voorzieningen om handen te wassen of — in het geval van bijvoorbeeld een slager — winkels die vergeten de verplichte labotests voor gehakt en vleesbereidingen te bezorgen. Dat laatste moet namelijk elk jaar in een laboratorium onderzocht worden om na te gaan of het veilig is. Uit het FAVV-jaarverslag blijkt dat één op de drie winkels (31,4%) dit in 2024 vergeten was of niet had uitgevoerd.
“Het merendeel van de vaststellingen vormt geen onmiddellijke bedreiging voor de voedselveiligheid: de meest genomen maatregel door het FAVV is een waarschuwing”, stelt Bonte gerust. “Gaat het wel om acute problemen voor de volksgezondheid, dan hebben die een direct gevolg, zoals een tijdelijke sluiting.” Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er ongedierte door de keuken loopt, vervaldata overschreden zijn of bij ernstige gebrekkige hygiëne van het personeel. “Het is vaak een combinatie van ernstige inbreuken”, aldus de woordvoerder. Volgens het FAVV-jaarverslag moesten 467 bedrijven in 2024 tijdelijk hun deuren sluiten.
Verder zijn er ook nog de labels ‘voldoende’ (0,8%), ‘goed’ (32,3%) en ‘zeer goed’ (54,5%). De meerderheid van de kleinhandels in levensmiddelen, horeca en grootkeukens bevindt zich dus in de middenmoot.