Tuinbouwbedrijf Goossens uit Malderen teelt grondwitloof, asperges en spruitjes. Belgischer kan het haast niet. Of toch: de spruitjes groeien bijna letterlijk in de schaduw van het Atomium. We spraken af met Dominiek Goossens voor een gesprek over een groente die alleen maar beter werd met de jaren.
Lees hier de reportage of bekijk de video onderaan!
Marc Goossens richt familiebedrijf Goossens op in 1989. Sinds 2013 werkt zoon Dominiek mee en in 2016 komt ook broer Vincent erbij. De lichte zandgronden in Malderen (Londerzeel) lenen zich vooral voor de teelt van asperges. Maar ook grondwitloof en spruitjes rollen hier van de sorteerband.
“We planten onze spruiten tussen 20 april en 20 mei. De grootste uitdaging is om de plant gezond te houden”, begint Dominiek. “Vooral insecten vormen een probleem voor spruitjes: luizen, witte vlieg, trips, koolvlieg, rupsen, slakken, aardvlooien … Je hebt een heel breed scala aan belagers.” Gelukkig kunnen ze rekenen op de jarenlange ervaring van vader Marc.
“Elk jaar brengt nieuwe uitdagingen met zich mee en moeten we weer bijsturen. En elk jaar hoor ik: ‘In een normaal jaar hebben we dat niet.’ Maar ik heb in heel mijn carrière nog geen enkel ‘normaal’ jaar gehad”, merkt hij op.
We hebben een machine die die ‘ademhaling’ van de spruitjes meet.
Belgisch weer
Spruiten hebben vooral een wisselvallige zomer nodig. Typisch Belgisch weer dus, voor een typische Belgische groente. Dominieks ‘Brussels sprouts’ hebben hun naam trouwens niet gestolen: zijn velden liggen vooral rond Brussel – Asse, Meise, Brussegem … – en op veel van die velden zie je het Atomium in de verte liggen.
Het oogsten begint in september en loopt door tot maart. “We oogsten met een machine waarop vier mensen zitten. Onder de machine zit een zaag die de planten afzaagt. Onze oogsters moeten de stam vastnemen en in de plukkop steken, die een set ronddraaiende mesjes bevat. De stam gaat erdoor en snijdt alle spruiten eraf.” Het sorteren van de spruitjes verloopt sinds vorig jaar volledig automatisch. “Dat kunnen we nu met twee in plaats van acht mensen doen. Een enorme arbeidsbesparing, al staat daar natuurlijk wel een forse investering tegenover”, legt Dominiek uit.
Ook bij het inpakken werd geïnvesteerd: “Een spruitje zet, afhankelijk van zijn rijpheid, een bepaalde hoeveelheid zuurstof om in CO₂. We hebben een machine die die ‘ademhaling’ van de spruitjes meet. Op basis daarvan laseren we de verpakkingsfolie met het ideale aantal perforaties. Zo creëren we een perfect evenwicht tussen CO₂ en zuurstof in de zak. Dat zorgt voor een langere houdbaarheid.”
Over het algemeen probeert de familie zoveel mogelijk te investeren in ergonomie en automatisatie. “Mijn broer en ik hebben allebei voor industrieel ingenieur gestudeerd. Vincent met een specialisatie automatisatie en ik in tuinbouw. Dat komt natuurlijk goed van pas”, knipoogt Dominiek.
Vooral ‘panklare’ spruitjes zitten in de lift.
Panklaar
Vader Marc brengt de spruitjes twee keer per dag naar BelOrta. De verkoop van spruitjes kende de afgelopen jaren wat schommelingen, maar daalde toch lichtjes. “We hebben ons de laatste jaren sterk gespecialiseerd in spruitjes op maat van de klant. Daardoor is dat segment voor ons wel altijd groter geworden. Vooral ‘panklare’ spruitjes zitten in de lift. Een camera kijkt of het snijvlak links of rechts ligt, en die kant wordt bijgesneden. Dat gebeurt iets dieper, zodat het overtollige blad meteen verwijderd is. Gewoon even wassen en ze kunnen zo de pan in.”
Een spruitje blijft alleszins een week goed als je het koel bewaart, weet Dominiek nog. “En het voordeel is dat je gewoon de buitenste blaadjes van een wat uitgedroogd spruitje kan wegsnijden. Zo krijg je opnieuw een vers en superlekker spruitje!”
Actueel
VLAM
Spruitjes van Brussel
Lees artikel
Turbogesprekken voor foodretailers: 9, 25 en 27/2
Van food waste naar winst in 50 minuten
Lees artikel