In het Nederlandse Distrifood staat een interessant interview met het advocatenkantoor Ludwig & Van Dam. In het artikel wordt onder meer de Nederlandse franchisewet vergeleken met de Belgische en Franse wetgeving, en worden een aantal opmerkelijke evoluties in het franchiselandschap van supermarkten geschetst.
De voornaamste conclusies, samengevat in 10 punten:
1. Supermarktfranchisers zijn in de loop der jaren steeds afhankelijker geworden van het hoofdkantoor.
2. Geïnspireerd door de Belgische wetgeving is er in Nederland nu ook een informatieplichtvoorafgaand aan de ondertekening van een contract.
3. De Nederlandse franchisewet heeft gekozen voor een aantal ‘open’ normen, zoals ‘goed franchisegeverschap’ en ‘goed franchisenemerschap’. Dit biedt het voordeel dat een rechter de specifieke situatie kan beoordelen, maar het nadeel dat het concretiseren van die open normen veel tijd zal vergen binnen de rechtspraktijk. In België biedt een lijst van zwarte (verboden clausules in een contract) en grijze normen (waarbij de franchisegever moet motiveren) onmiddellijk meer duidelijkheid over wat wél en vooral niet kan. Zo is er in Nederland, in tegenstelling tot België, geen goodwillregeling volgens een vastgestelde norm. De Belgische franchisewet stelt dat ‘goodwill’ (waarde van het handelsfonds) in contracten enkel kan worden opgenomen indien dit conform de vrije marktprincipes is.
4. Er zijn steeds meer franchisenemers met een groot aantal winkels. De financieringsmogelijkheden voor starters zijn immers beperkter geworden. Tegelijk leidt het dunner worden van de marges tot meer multifranchising en dus meer omzet.
5. Supermarktketens laten steeds minder ruimte voor eigen initiatief. Die uniforme, centrale aansturing maakt het exploiteren van meerdere vestigingen binnen één formule in de praktijk goed uitvoerbaar, maar hierdoor groeit ook de macht van (multi)franchisenemers ten aanzien van de centrales.
5. De Nederlandse franchisewet geeft franchiseverenigingen een instemmingsrecht bij formulewijzigingen en afgeleide formules, evenals recht op informatie en verantwoording van kosten. Hun positie is daardoor alleen maar versterkt. Franchisenemersverenigingen binnen de supermarktsector zijn doorgaans professioneel en goed georganiseerd. In België is dit nog niet verankerd in de franchisewet, waardoor de invloed van adviesraden op beslissingen van centrales daar zeer beperkt blijft. In het kader van een studie onder het EU-voorzitterschap van België over de distributiesector werden wel aanbevelingen gedaan om een grotere rol toe te kennen aan een adviesraad.
6. De markt is verschoven van ondernemers met eigen vestigingspunten naar ondernemers die het vestigingspunt huren van de franchisegever. Franchisegevers willen steeds meer marktaandeel binden. Dit bemoeilijkt het onderhandelen over overeenkomsten en formulewijzigingen en vertaalt zich in een afhankelijke positie. Bovendien is er een sterk oligopolistische markt (steeds minder franchiseformules) ontstaan, wat het moeilijk maakt om van organisatie te wisselen.
7. Het huurrecht is in Nederland goed geregeld. Door het gesloten stelsel van opzeggingsgronden en ontruimingsbescherming genieten huurders (dus franchisenemers) een hoge mate van bescherming. Wel zien we dat er binnen franchiseformules, met name in de supermarktbranche, in toenemende mate sprake is van een formulegebonden bestemming. In Wallonië bestaat inmiddels een decreet dat de huurovereenkomst laat prevaleren op de franchiseovereenkomst en een formulegebonden bestemming kan opzijzetten. Het postcontractuele non-concurrentiebeding kan de “huurvrijheid” hier echter nog steeds belemmeren. Een wetgevend initiatief om misbruik tegen te gaan lijkt dan ook aangewezen.
8. Vanwege de toenemende afhankelijkheid van franchisenemers is in Frankrijk, naar aanleiding van een procedure tegen Carrefour, geoordeeld dat het beroep op geheimhouding ondergeschikt kan zijn aan het recht op transparantie voor franchisenemers. De rechter oordeelde dat de franchisegever, die namens franchisenemers centraal onderhandelde met leveranciers, geen volledige inzage gaf in leveranciersovereenkomsten, kortingen en bonussen. De franchisenemers stelden dat zij zonder deze informatie niet konden controleren of de contractueel afgesproken doorbelasting correct plaatsvond.
10. Het zou beter zijn indien er in Europaéén systeem van spelregels zou komen voor de supermarktsector, zeker nu supermarktorganisaties in meerdere landen opereren en ook ander Europees recht steeds meer van toepassing wordt op de sector.
Actueel
Internationale aanwezigheid en evoluerende sector
Tavola bevestigt positie als dé ontmoetingsplek voor premium food
Lees artikel
Voor jou gelezen
Nooit stonden meer winkels leeg in ons land
Lees artikel