“Ze zijn niet lui, maar bakenen hun werkuren kordater af”, merkt De Breyne, uitbater van een aantal Gentse horecazaken. “Vroeger schikten werknemers zich meer naar wat de baas wou. Een uurtje overwerken was geen probleem. Vandaag ligt dat gevoeliger. Zodra de shift erop zit, verwachten ze te kunnen vertrekken. Overuren worden nochtans extra betaald, maar dat lijkt hen niet te motiveren. Ze willen naar huis en hun eigen ding doen.”
Deketelaere, zaakvoerder van een reclamebureau, ziet jonge werknemers assertiever worden. “Toen ik begon, was ik al lang blij met een job. Nu durven ze onderhandelen vanaf het eerste gesprek en hebben ze een lijstje met voorwaarden. Dat gaat vaak over glijdende uren en vrije tijd. Ze willen sporten, op reis kunnen gaan, enzovoort. Maar sommigen willen ook weten of ‘het verhaal’ klopt. ‘Wat zijn je waarden?’, vragen ze expliciet. Ze willen zich goed voelen bij de job die ze aannemen.”
Volgens onze ondernemers heeft die houding meer te maken met de krapte op de arbeidsmarkt dan met het generatieverschil. “Jonge werknemers weten dat bedrijven verlegen zitten om personeel en spelen dat uit.” Sommigen gaan daar best ver in. “Ik heb de voorbije jaren tijdens sollicitaties al vier keer de vraag gekregen of de hond ook naar kantoor mag komen”, zegt Deketelaere. “Voor mij is dat een brug te ver, maar met andere vragen gaan we flexibel om. Als iemand graag onder de middag wil sporten, dan is dat bespreekbaar. Je kan als werkgever moeilijk zeer strikt vasthouden aan die werkuren, want dan verlies je je beste krachten of kan je geen talent aantrekken.”
De Breyne treedt hem bij. “Als een jonge kok zegt dat hij iedere donderdag vrijaf wil om te padellen, dan sputter ik niet tegen. Ik ben al blij dat hij de andere dagen kan komen. Het alternatief is: helemaal géén kok.”