In 2025 lanceerde de Europese Commissie het eerste grote Omnibus-pakket, officieel bedoeld om Europese regelgeving te vereenvoudigen. Daarbij werd als doel gesteld de administratieve lasten voor kmo's met 35% te verminderen. Ondertussen worden onze winkeliers wederom met nieuwe regels opgezadeld.
Nieuwe garantiemelding wordt verplicht
De veranderingen vloeien voort uit de Europese EmpCo-richtlijn, voluit Empowering Consumers for the Green Transition. Die moet consumenten beter informeren over duurzaamheid, garanties en herstelbaarheid van producten. Daarnaast wil Europa misleidende duurzaamheidsclaims aanpakken. Vanaf 27 september 2026 gelden de Belgische regels voor ondernemingen die aan consumenten verkopen.
Een van de meest zichtbare veranderingen betreft de wettelijke garantie. Winkels moeten een nieuwe, geharmoniseerde Europese garantiemelding duidelijk zichtbaar aanbrengen. Webshops moeten dezelfde informatie online tonen. Ook voor commerciële garanties komen er bijkomende regels. Daarbij moet het nieuwe Europese GARAN-label bij het product verschijnen.
Bovendien breidt de verplichte productinformatie uit. Bij bepaalde producten moet de klant vóór de aankoop informatie krijgen over software-updates, herstelbaarheid en reparatiemogelijkheden. De handelaar verwerkt daarvoor de informatie die producenten en leveranciers aanleveren.
‘Groen’ en ‘duurzaam’ onder vergrootglas
De grootste impact verwacht Unizo bij de duurzaamheidscommunicatie. Algemene termen als “groen”, “eco”, “duurzaam” en “milieuvriendelijk” worden sterk beperkt. Ondernemers moeten nagaan welke claims ze gebruiken en of ze daarvoor voldoende bewijs hebben.
De regels beperken zich bovendien niet tot teksten op een website of in een advertentie. Ook verpakkingen, logo’s, symbolen en afbeeldingen kunnen als milieuclaim worden beschouwd. Daardoor moet een handelaar zijn communicatie veel ruimer controleren.
Ook klimaatclaims worden strenger. Een product als “klimaatneutraal” voorstellen op basis van CO₂-compensatie mag niet langer. Wie toekomstige milieudoelstellingen bekendmaakt, moet daarvoor een duidelijk, meetbaar en controleerbaar plan hebben. Dat plan moet bovendien onafhankelijk worden gecontroleerd.
We bestrijden dan misschien wel greenwashing, maar creëren we greenhushing.
Controles eerst stroomopwaarts bij fabrikanten
Unizo en Buurtsuper.be benadrukken dat op zich de strijd tegen greenwashing terecht is. “Consumenten moeten erop kunnen vertrouwen dat duurzaamheidsclaims correct zijn en ondernemers moeten kunnen aantonen waarop feitelijke claims gebaseerd zijn”, aldus de organisaties in een reactie.
Toch vrezen ze dat de slinger te ver doorslaat. Grote ondernemingen kunnen juristen, marketeers en duurzaamheidsexperts inschakelen. Bij een kmo belandt het extra werk vaak bij de zaakvoerder zelf of bij een klein team. “Van een kmo en een zelfstandige kan je niet verwachten dat achter elke groene formulering, elk logo of elke afbeelding een juridisch onderzoek schuilgaat.”
De organisaties verwachten bovendien een averechts effect. Ondernemers zouden uit voorzichtigheid helemaal kunnen stoppen met communiceren over duurzame inspanningen. “Dan bestrijden we greenwashing, maar creëren we greenhushing: ondernemers zullen uit voorzichtigheid liever zwijgen over hun duurzame inspanningen dan het risico te lopen een regel te overtreden", klinkt het.
Daar komt nog bij dat de handelaar voor een deel afhankelijk is van fabrikanten en leveranciers. Informatie over software-updates, reparaties en garanties moet immers vaak van hen komen. Ontbrekende informatie hoeft de verkoper niet zelf op te sporen. Unizo en Buurtsuper.be willen daarom dat de overheid bij mogelijke greenwashing in eerste instantie naar de fabrikanten kijkt. Zij zitten aan de bron van veel productinformatie en duurzaamheidsclaims die later bij winkels en webshops terechtkomen.
Controles bij kmo’s moeten vooral informerend en ondersteunend zijn. Ondernemers moeten de kans krijgen om fouten recht te zetten zonder meteen een sanctie te krijgen. Van een kleine handelaar kan moeilijk worden verwacht dat hij op korte termijn alle claims van fabrikanten en leveranciers zelf controleert.
Waar blijft de KMO-toets? Think Small First!
De Europese SME Test (Small and Medium-sized Enterprise Test) is een instrument waarmee de Europese Commissie vooraf beoordeelt welke gevolgen nieuwe wetgeving en beleidsmaatregelen hebben voor kmo's, met bijzondere aandacht voor administratieve lasten, nalevingskosten en andere disproportionele effecten.
De SME Test werd ingevoerd in het kader van de Small Business Act (SBA) for Europe, die door de Europese Commissie werd aangenomen op 25 juni 2008. Het principe “Think Small First” houdt in dat beleidsmakers al tijdens de voorbereiding van nieuwe regelgeving rekening moeten houden met de specifieke situatie van kmo's. De SME Test werd ontwikkeld als praktisch instrument om dat principe toe te passen binnen de impactbeoordelingen van de Commissie.
Luc Ardies van Buurtsuper.be vraagt zich af waar die ‘Think Small First!’-act werd begraven en dringt er bij de Europese instanties op aan om een veel bredere vereenvoudiging van de regels voor ondernemers door te voeren. Niet alleen nieuwe regelgeving moet vooraf worden getoetst op de praktische gevolgen voor kmo’s, ook de bestaande Europese en nationale regels moeten eenvoudiger. Meer dan 90% van de Europese bedrijven zijn kmo’s.
Actueel
130 nieuwe jobs
Delhaize bouwt nieuw distributiecentrum voor verse producten
Lees artikel