Kloof tussen grote en kleine supermarkten groeit in Nederland
Marshoek onderzoekt met haar onlangs verschenen benchmark jaarlijks de stand van het zelfstandig ondernemerschap in Nederland. Onder de streep gingen supermarkten het afgelopen jaar collectief vooruit, maar daarbij zijn de nodige kanttekeningen te plaatsen. Tegelijkertijd staan de sector de komende jaren nieuwe uitdagingen te wachten.
Lees hierondert het bericht uit Distrifood.nl.
Het onderzoek schetst in eerste instantie geen rooskleurig beeld van de positie van zelfstandige supermarktondernemers. “Waar de sector eerder nog kon rekenen op groei en relatieve stabiliteit, is de ruimte om afwijkingen op te vangen merkbaar kleiner geworden. De marges zijn dunner, de speelruimte is beperkter en de impact van elke keuze is groter dan voorheen,” staat in de inleiding van het rapport.
Ondernemers houden omzetgroei niet bij
“Het is belangrijk dat dit geen volledig negatief verhaal wordt, want dat is het niet,” zegt senior consultant Joeri van Rens van Marshoek. Tegelijkertijd was het opnieuw een uitdagend jaar voor ondernemers, die de marktgroei opnieuw niet wisten bij te benen. Sterker nog: als groep noteerden zelfstandige supermarkten een omzetindex van 99,8.
Collega Richard Kievit wijst daarbij op een belangrijke nuance: “We vergelijken met de cijfers over 2024, waarin nog een halfjaar zit waarin supermarkten tabak mochten verkopen.” Daarnaast gaat het om cumulatieve cijfers. “De verschillen tussen supermarkten zijn groot. Veel zelfstandigen doen het goed, vooral in de hoogste omzetklassen.”
De cijfers over winstgevendheid bevestigen dat beeld. De ebitda steeg in 2025 met 7,8 procent naar €12.634 per week, en het nettoresultaat met 11 procent naar €19.078 per week.
Steunmaatregelen beïnvloeden resultaten
Volgens Van Rens was het afgelopen jaar in die zin bijzonder: “Vrijwel alle formules met zelfstandige ondernemers hebben maatregelen genomen om ondernemers te ondersteunen. Dat zie je terug in de cijfers.”
De verschillen tussen winkels blijven echter groot. Vooral kleinere supermarkten (tot €150.000 omzet per week) hebben het moeilijk. Hun nettoresultaat daalde met 28 procent naar €798 per week, goed voor slechts 1,2 procent van de omzet. Kievit: “De tabaksomzet was voor kleine supermarkten relatief belangrijk en is moeilijk te vervangen.”
Bij grotere winkels (circa €350.000 omzet per week) steeg het nettoresultaat met 11 procent naar €19.078 per week. Daarmee groeit de kloof tussen kleinere en grotere supermarkten.
Tweedeling in de sector neemt toe
De verschillen tussen zelfstandige supermarkten worden dus steeds groter. In sommige gevallen leidt dat tot een verschuiving richting multifranchising, al wil Marshoek geen uitspraken doen over specifieke formules. Wel waarschuwt Van Rens dat ondernemersrisico’s toenemen naarmate men meerdere winkels uitbaat.
Voor 2026 verwacht Marshoek een beperkte omzetgroei van ongeveer 1,5 procent, vrijwel volledig gedreven door prijsstijgingen. “De volumes blijven achter en het consumentengedrag blijft sterk prijsbewust,” klinkt het. Dat maakt de sector kwetsbaar voor externe schokken.
Stijgende kosten en inflatie drukken op rendement
Volgens directeur Marc Pontier spelen ook externe factoren een rol. Hij wijst op hoge olieprijzen die doorwerken in de hele keten en opnieuw inflatie en hogere voedselprijzen kunnen veroorzaken. Ondernemers moeten daardoor steeds scherper sturen op kosten, inkoop, derving en efficiëntie.
“Rendement is niet vanzelfsprekend meer,” stelt het rapport. “Elke component van de exploitatie telt.”
Bron: Distrifood.nl
Belangrijkste conclusies uit de Benchmark
- AGF minder rendabel dan vroeger: De groente- en fruitafdeling heeft niet langer de hoogste marges. Met brutowinstpercentages tussen 15,7 en 18,3 procent zit AGF onderaan in vergelijking met andere categorieën zoals diepvries, vleeswaren en kaas.
- Ondernemerschap maakt het verschil: Het resultaat verschilt meer per ondernemer dan per formule. Executie, discipline en kostenbeheersing zijn doorslaggevend.
- Jong personeel en derving: Winkels met veel jong personeel hebben een hogere derving. Na correctie voor andere factoren blijft dat effect overeind.
- Investeren is geen garantie voor succes: Zowel onder- als overinvestering kunnen nadelig zijn. Consistente, planmatige investeringen leveren het beste resultaat op.
- Lokale verankering belangrijker: Zelfstandige ondernemers kunnen zich onderscheiden door in te spelen op lokale klantbehoeften en zich af te zetten tegen discounters.
- Vastgoed onder druk: Voor een rendabele supermarkt is steeds vaker een verzorgingsgebied van 3.000 tot 4.000 inwoners nodig, tegenover 2.000 vroeger.
- Online blijft beperkt maar relevant: E-commerce groeit, maar is vaak minder winstgevend dan fysieke winkels. Het blijft een aanvullend kanaal, geen vervanging.
De sector beweegt daarmee naar een model waarin schaal, efficiëntie en lokaal ondernemerschap steeds bepalender worden voor het verschil tussen winst en verlies.
Actueel
500.000 euro aan lokale producten over de toonbank
Trots op wat Kortrijk (s)maakt
Lees artikel
Gassamenstelling
Vraag het aan Veronique en Ann
Lees artikel