Belgische voedingsindustrie blijft groeien, vooral door export
De Belgische voedingssector stevent dit jaar af op een groei van 5,4 procent. Ook de werkgelegenheid stijgt nog licht. Op een moment dat de chemie-, machine- en autosector kreunen onder de concurrentie van goedkope Chinese import, vormt de voedingssector dus een opvallende uitzondering. Die blijft immers groeien, vooral dankzij de stijgende export.
Lees hieronder het bericht uit De Standaard
In het eerste halfjaar klom de omzet met 5,4 procent. De helft van die groei is te danken aan hogere grondstofprijzen (zoals plantaardige oliën en cacao), maar de andere helft komt door effectieve groei of meer productie, ook wel gekend als het ‘volume-effect’. “We zien toch dat het consumentenvertrouwen wat aantrekt en mensen opnieuw wat meer aan voeding uitgeven”, zegt Fevia.
Dit vertaalt zich ook in banengroei. De sector, die qua werkgelegenheid de grootste industrietak van ons land is, gaat daarmee in tegen de algemene trend in de industrie. “Toch vertraagt de jobgroei ieder jaar”, nuanceert Ann Wurman, sinds enkele maanden ceo bij Fevia. De voedingssector werkte in het verleden vaak met veel laaggeschoolde werknemers, maar door automatisering zijn die steeds minder nodig. Hierdoor zal de sector ook maar een beperkt deel van de laaggeschoolden die nu werk zoeken omdat hun uitkering stopt, kunnen opvangen. De sector investeert weliswaar nog fors in zijn fabrieken — dit jaar zal er 8,6 procent meer geïnvesteerd worden dan vorig jaar — maar het gros van die investeringen gaat naar automatisering van fysieke arbeid in plaats van naar volumegroei.
Belgen kopen alsmaar minder Belgische voeding
Als de sector ergens over klaagt, dan is het wel over de loon- en energiekosten, die veel hoger liggen dan in het buitenland. Vooral bedrijven die zich op de Belgische markt richten, hebben het moeilijker dan exporteurs. “Voedingsbedrijven die exporteren, zitten vaker in nicheproducten met meer toegevoegde waarde.” Wie enkel op het eigen land mikt, wordt meegezogen in de harde concurrentiestrijd in de supermarktwereld. De sector klaagt over oneerlijke handelspraktijken bij afnemers. “Negen op de tien voedingsbedrijven zien inbreuken bij supermarktketens, zoals het niet respecteren van betalingstermijnen.”
De sterke opmars van Albert Heijn in Vlaanderen versterkt die druk. “De Belgische Albert Heijn-winkels worden vanuit Nederland bevoorraad, en de keten kiest vooral voor Nederlandse leveranciers”, aldus Fevia. De cijfers zijn duidelijk: in 2010 was 8 procent van de voeding die Belgische gezinnen consumeerden van Nederlandse oorsprong; vandaag is dat 16 procent.
“Van alles wat Belgen verbruiken aan voeding, is nu nog 62 procent Belgisch, terwijl dat in 2010 67 procent was. Ter vergelijking: in Frankrijk en Duitsland komt zo’n 75 procent van de voedingsproducten uit eigen land — een cijfer dat al jaren stabiel is.” Ook grensaankopen blijven een doorn in het oog. Vooral in Frankrijk gaan Belgen massaal winkelkarren vullen vanwege de prijsverschillen. Franse ketens werken bovendien hoofdzakelijk met binnenlandse leveranciers. Sinds kort worden ook Intermarché-winkels in België vanuit Frankrijk bevoorraad. Hierdoor krimpt het speelveld voor Belgische voedingsbedrijven, terwijl de prijsdruk stijgt.
Bron: De Standaard
Actueel
Carrefour Battel
Blauwe champignonbakjes maken plaats voor circulaire verpakking
Lees artikel
Nr 89 voor Albert Heijn België, nr 19 voor Peeters-Govers
Albert Heijn Bilzen-Hoeselt
Lees artikel