|
|  | 
 |
UNIZO bepleit gecoördineerde strategie winkelen in Vlaanderen vanuit sterke kernen gemeenten en steden |
 |
 |
De Vlaamse ministerraad keurde vrijdag de zogenoemde startnota winkelen in Vlaanderen goed. De minister-president en de minister van ruimtelijke ordening werden belast met de utvoering ervan. UNIZO en de bij de ondernemersorganisatie betrokken sectororganisaties uit de handel ondersteunen de uitgangspunten en doelstellingen van de startnota en vraagt een concrete timing voor de uitvoering ervan. Om de goede voornemens daadwerkelijk te realiseren bepleit UNIZO evenwel een gecoördineerde aanpak in overleg met de betrokken organisaties en de lokale besturen, het oprichten van een kenniscentrum, het regionaliseren van de nu nog federale wet op de grote handelsvestigingen, prioriteit aan de economische slagkracht van de betrokken sectoren en ondernemers. Dit alles vertrekkend vanuit aantrekkelijke, bereikbare en betaalbare kernen van wijken, dorpen, steden en gemeenten. De ondernemersorganisatie wil daarbij bijzondere aandacht voor de zelfstandige winkeliers. Samen met al haar betrokken sectororganisaties zegt UNIZO haar bestaande initiatieven inzake ondersteuning en bijscholing nog te zullen versterken met de door de Vlaamse regering goedgekeurde startnota als kader. Op die manier wil de organisatie de uitvoering ervan mee realiseren en voortdurend evalueren. UNIZO bepleit daarover bovendien een coördinerend overleg onder de Gewesten.
Een voor de klanten voldoende gevarieerd winkelaanbod overal waar nodig kan niet zonder voldoende kansen voor de zelfstandige ondernemers actief in deze sectoren, benadrukt UNIZO. Voor de ondernemersorganisatie blijft een geïntegreerde aanpak daartoe essentieel gezien de impact van zowel ruimtelijke ordening, mobiliteit, openbare werken, parkingbeleid, milieu, woon en werkbeleid, handelshuur, economische ondersteuning, arbeidsmarkt en vergunningenbeleid. De goedgekeurde startnota winkelen in Vlaanderen onderkent dat nu. Bovendien onderschrijft de Vlaamse regering nu uitdrukkelijk het al vele jaren door UNIZO verdedigde kernversterkend beleid. Dat betekent voorrang aan aantrekkelijke, betaalbare en bereikbare kernen van wijken, dorpen, steden en gemeenten voor het winkelbeleid in Vlaanderen. Dat is in tot nu lang niet altijd het geval, betreurt UNIZO.
Tegelijk bepleit de organisatie een realistische aanpak. Zo kunnen niet alle winkels met grootschalige producten zoals meubelwinkels, tuincentra of autodealers terecht in de kernen van steden en gemeenten. Daarom ondersteunt UNIZO de in de startnota voorziene ontwikkeling van detailhandelszones voor dergelijke winkels. De KMO-organisatie waarschuwt evenwel de beslissingsbevoegdheid daarvoor aan het juiste beleidsniveau toe te vertrouwen. Momenteel kunnen gemeentebesturen beslissen over de vergunning voor het inplanten van grootwinkels met een marktimpact ruimer dan de eigen gemeente. Voor UNIZO kan dat niet. Bovendien bepleit de organisatie voor dergelijke winkelinplantingen een maatschappelijke effectentoets ten aanzien van hun impact op de bestaande handelskernen. Mede daarom is UNIZO voorstander de federale wet op de grote handelsvestigingen te regionaliseren naar aanleiding van de aangekondigde staatshervorming en daaraan de vergunning voor de ruimtelijke ordening te koppelen.
Dat zal volgens UNIZO evenwel niet volstaan om de zelfstandige handel meer zuurstof te bezorgen. Zo worden veel zelfstandige winkeliers weggeduwd uit de bestaande handelskernen door de torenhoge huur. Daarom noemt de ondernemersorganisatie het plan van de Vlaamse regering de onroerende voorheffing te verminderen voor investeringen in kernwinkelgebieden, een heel dringend uit te voeren maatregel.
UNIZO verwijst ook naar de problematiek van de mobiliteit en de vlotte bereikbaarheid van de winkels in de handelskernen. Het kan niet langer de gemeenschap te laten opdraaien voor vlotte, nieuwe toegangswegen naar de gratis parkings van grootwinkelbedrijven terwijl de klanten in de binnensteden moeten betalen voor dure parkings, hun wagen niet kwijt kunnen of niet terecht kunnen op betaalbaar openbaar vervoer, beklemtoont de ondernemersorganisatie.
De Unie van Zelfstandige Ondernemers wil absolute voorrang aan de zelfstandige winkeliers al dan niet opererend in een economische samenwerkingverband of franchising “omdat ze de variatie inzake aanbod, service, formules, locaties en keuzemogelijkheden voor de klanten blijven garanderen”. De organisatie verwijst ook naar het alsmaar meer overschakelen door grote winkelconcerns naar uitbatingen gerund door een zelfstandige. De recente herstructurering bij Carrefour is daar een voorbeeld van. Daarom beklemtoont UNIZO de noodzaak voor het ondersteunen van de economische weerbaarheid van zelfstandige winkeliers zoals geformuleerd in de startnota van de Vlaamse regering. “Enkel een economisch rendabele (buurt)winkel kan zijn sociale, maatschappelijke rol succesvol vervullen”, beklemtoont de KMO-organisatie. De voorbije tien jaar is het aantal zelfstandige buurtwinkels overigens gedaald van 6.958 naar 3.907, bijna een halvering.
Tenslotte willen UNIZO en haar betrokken sectororganisaties hun knowhow volop inbrengen binnen een op te richten kenniscentrum voor het winkelen in Vlaanderen. Dat centrum moet onder meer de uitvoering van de startnota opvolgen en evalueren en de betrokken overheden ondersteunen bij hun gecoördineerd winkelbeleid. Om daarin te slagen bepleit de KMO-organisaties overigens ook een structureel overleg onder de drie Gewesten met het oog op een gemeenschappelijke visie. Dat is, volgens UNIZO, onder meer van groot belang voor de (taal)grenszones. Zo werkt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest momenteel aan een schema voor de handelsontwikkeling. Dat zal hoe dan ook zijn impact hebben op Vlaams-Brabant en zelfs daarbuiten.
Laatst bewerkt: 26-07-10
terug naar overzicht
|  |
|