Quick Scan voor franchisenemers

Bij een Quick Scan wordt het ontwerp-franchisecontract onderzocht op 10 mogelijke struikelblokken. 

Check 1. Precontractuele informatieplicht: wet Laruelle
De wet op de precontractuele informatie verplicht de franchisegever om de kandidaat-franchisenemer alle beschikbare informatie te verschaffen. Die moet hem in staat stellen om zich met kennis van zaken te verbinden. De verplichte bedenktermijn van één maand biedt de kandidaat de nodige tijd om de informatie te verwerken.

Check 2. Looptijd en opzegtermijn van het contract
De looptijd is belangrijk in het kader van eventuele investeringen die de franchisegever verwacht van de franchisenemer. Noodzakelijk voor de franchisenemer is dat de looptijd van het contract min-stens even lang is als de terugverdientijd van de investering. Een looptijd van 5 jaar is voor de beide partijen meestal aanvaardbaar.
Een aanvaardbare opzegtermijn is dan weer 6 maanden. Een kor-tere termijn is voor de franchisenemer mogelijks nefast omdat hij zijn investeringen niet snel genoeg kan terugverdienen. Ook een ex-treem lange opzegtermijn kan nadelig zijn, als er zich bijvoorbeeld voor de franchisenemer een opportuniteit aanbiedt die op korte termijn te nemen of te laten is.

Check 3. Overdraagbaarheid van het contract
De meeste franchisecontracten zijn persoonsgebonden of ’intuitu personae’ zoals dat heet in juridisch jargon. Dat betekent dat de franchisegever een contract sluit enkel en alleen met u. Een gevolg is dat u de zaak met de formule niet mag verkopen of zelfs overlaten aan uw kinderen, zonder het akkoord van de franchisegever. Is de die akkoord, dan sluit hij een nieuw contract met de koper van de zaak. Is hij niet akkoord, dan gaat de deal met uw kandidaat-overnemer gewoon niet door.

Check 4. Territoriale exclusiviteit
Niet alleen handig, maar vaak ook noodzakelijk is een zekere mate van territoriale exclusiviteit: de garantie van de franchisegever dat uw actieterrein voldoende groot is om rendabel te kunnen werken. Of nog: de garantie dat de franchisegever binnen dat gebied geen andere franchisezaak of eigen filialen zal vestigen.

Check 5. Uw zelfstandigheid beknot
De vrees van elke zelfstandige die overweegt in een franchisefor-mule te stappen: in welke mate blijf ik na het ondertekenen van het contract zelfstandig? Wat moet ik voortaan en wat mag ik nog? Dat gaat dan bijvoorbeeld over het assortiment. Ben ik verplicht om ex-clusief het assortiment van de franchisegever te volgen of mag ik me nog (deels) bevoorraden bij andere leveranciers?

Check 6. Instaprecht, commissie en andere fees
Duidelijke afspraken maken goede vrienden, zeker in een franchise-contract. Denk hierbij aan instaprechten, royalties en andere fees die de meeste franchisegevers in min of meerdere mate aanrekenen. Allemaal te mijden? Toch niet, zolang de franchisegever gedetailleerd kan toelichten wat er tegenover die vergoedingen staat. Het minste wat een franchisenemer mag verwachten zijn betere aan-koopvoorwaarden, meegenieten van het goede imago van het enseigne, een professionele ondersteuning en knowhow op commercieel, logistiek en marketingvlak. Franchiseformules maken zich vaak sterk op hun ‘imago en knowhow’. Of het ‘imago’ van een franchiseformule goed is, kan de kandidaat-franchisenemer doorgaans zelf wel beoordelen. Ook belangrijk is dat de ‘knowhow’ niet te persoonsgebonden is, want dan rijst de vraag of die wel overdraagbaar is.

Check 7. Resultaatsverbintenissen
Het is een goede zaak dat franchisegevers marktstudies kunnen voorleggen met een prognose van de omzet en winst die u mag verwachten. Toch zijn prognoses nooit een norm en zeker geen garantie, want tal van externe factoren kunnen deze targets onhaalbaar maken: wegenwerken bijvoorbeeld, waarbij uw zaak een tijdlang moeilijk bereikbaar is. Stem daarom nooit in met opgelegde omzetver-plichtingen of andere resultaatverbintenissen.

Check 8. Voorkooprecht van de franchisegever
Een voorkooprecht of aankoopoptie moet kunnen, als de franchisegever bereid is deze uit te oefenen tegen dezelfde voorwaarden als een derde kandidaat-koper. Te mijden zijn waardebepalingen van uw handelsfonds die contractueel vooraf worden vastgelegd, hoe objec-tief die ook berekend zijn. De vrije markt moet kunnen spelen. Krijgt u een mooi bod op uw zaak en bevat uw franchisecontract een voorkooprecht of aankoopoptie voor de franchisegever, dan zal die minstens evenveel moeten bieden als de kandidaat-overnemer.

Check 9. Niet-concurrentiebeding
Met een niet-concurrentiebeding wil de franchisegever voorkomen dat u een voor hem concurrerende activiteit uitoefent. Begrijpelijk vanuit het oogpunt van de franchisegever, alleen mag dit verbod nooit langer duren dan de duur van het contract. Volgens de Euro-pese wetgeving mag die periode maximaal 1 jaar na het einde van het contract duren. Maar als u de zaak moet sluiten en pas een jaar later weer openen, dan bent u natuurlijk alle klanten kwijt.

Check 10. Eenzijdige beëindiging van het contract
De gevallen waarin een franchisegever eenzijdig mag opzeggen, moeten zo duidelijk mogelijk worden omschreven. Het kan bijvoorbeeld gaan om een faillissement of belangrijke nalatigheden van de franchisenemer. Welke omstandigheden geven aanleiding tot een onmid-dellijke verbreking en welke pas na een waarschuwing vanwege de franchisegever? De wet Laruelle voorziet dat de rechter bij gebrek aan een precieze omschrijving de zwakste partij, de franchisenemer, bij twijfel in het gelijk stelt.

Wil u zelf een Quick Scan laten uitvoeren voor uw franchisecontract? Neem contact op met Buurtsuper.be!